Â
| Rasspecifiek Fokreglement van het Airedale Terriër Verbond Nederland |
|
|
|
 1. De fokkers van het Airedale Terriër Verbond Nederland (ATVN) hebben als doelstelling het raszuiver en op peil houden, danwel het verbeteren van de kwaliteit van de Airedale Terriër als ras.
2. De Airedale fokkers, aangesloten bij het ATVN, fokken daartoe
-    met gezonde en op HD goedgekeurde Airedale Terriërs
-    met Airedale Terriërs met een fijn karakter
-    uitsluitend met uitmuntende Airedale Terriërs.
3. Alle fokkers van het ATVN dienen te beschikken over een FCI erkende kennelnaam of een aanvraag daartoe die al minimaal 6 maanden loopt.
4. Het bemiddelen van pups via het ATVN is uitsluitend bedoeld voor fokkers die zich toeleggen op het fokken van één ras: de Airedale Terriër.
5. Om voor pupbemiddeling in aanmerking te komen dient de fokker tenminste 1 jaar lid te zijn van de vereniging of stichting ATVN.
6. Het is aan fokkers die als lid is aangesloten bij het ATVN niet toegestaan om Airedale Terriërs te fokken buiten de regels van het Rasspecifiek Fokreglement van het ATVN om. Indien er bij een kennelnaam sprake is van meerdere eigenaars moet het duidelijk zijn dat alle nesten die voortkomen uit deze kennel voldoen aan de eisen van het Rasspecifiek Fokreglement van het ATVN. Indien een lid van het ATVN voornemens is een nest te fokken dient het lid fokkerlid te worden.
7.  Als een lid van onze vereniging een dekaanvraag krijgt voor een teef buiten onze vereniging, dient de te dekken teef te voldoen aan de minimale HD-eis zoals genoemd in het Rasspecifiek Fokreglement van het ATVN en zij dient minimaal één keer uitmuntend en één keer zeer goed te hebben behaald. Leden van het ATVN mogen zelf alleen maar met uitmuntende honden fokken.
8. Beide ouderdieren dienen over een uitmuntende gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.
9. De fokkers die zijn aangesloten bij het ATVN onderscheiden zich doordat ze hun Airedales in een huiselijke omgeving houden en niet in een kennel. Ook de pups groeien op in een huiselijke omgeving en worden op de juiste wijze gesocialiseerd.
10. De ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als grootouder/kleinkind, ouder/kind, broer/zus of halfbroer/halfzus, dit laatste met de uitzondering dat de relatie is toegestaan indien een van beide uit een andere bloedlijn afkomstig is (outcross).
11. Beide ouderdieren moeten voldoen aan de voor de Airedale Terriër geldende rasstandaard. Zij dienen op een door de Raad van Beheer of FCI gereglementeerde CAC expositie minimaal tweemaal de kwalificatie Uitmuntend behaald te hebben onder twee verschillende keurmeesters.
12. Indien door omstandigheden die niet erfelijk zijn, de Airedale Terriër geen Uitmuntend kan behalen op een bovenomschreven expositie, kan er in uitzonderlijke gevallen door de fokcommissie toestemming gegeven worden om via een aankeuring de benodigde toestemming tot fokken te verkrijgen. Deze aankeuring moet door een erkende keurmeester gebeuren; de hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de eigenaar van de Airedale Terriër. De aan te keuren Airedale Terriër "buiten de omstandigheden om" dient van een uitmuntende kwaliteit te zijn.
13. Beide ouderdieren dienen een onderzoek op de erfelijke afwijking heupdysplasie (HD) te ondergaan. Alleen honden met beoordeling FCI norm A en B komen voor het fokken in aanmerking, met dien verstande dat met een B enkel een A gekruist mag worden. Een kruising met een Amerikaanse Airedale Terriër of een Airedale Terriër uit Groot Brittannië is alleen toegestaan voor teven met een HD-uitslag A. Bij Amerikaanse Airedale Terriërs wordt Excellent/Good als A geïnterpreteerd. Bij Airedale Terriërs uit Groot Brittannië mag de HD-uitslag als totale som der heupen niet hoger zijn dan 6, met een verschil van maximaal 2 tussen beide heupen.
Beide ouderdieren dienen in het bezit te zijn van een DNA-profiel.
14. De leeftijd van de teef mag ten tijde van de dekking niet jonger zijn dan 22 maanden en niet ouder dan 96 maanden.
15. De teef mag bij de geboorte van het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden.
16. De reu mag bij de eerste dekking niet jonger zijn dan 14 maanden.
17. De teef mag in een tijdsbestek van 24 maanden maximaal 2 nesten hebben, met minimaal een tussenpoos van 10 maanden.
18. Een teef mag gedurende haar leven maximaal 4 nesten hebben.
19. Bij de geboorte mag maximaal tweemaal een keizersnede worden uitgevoerd. Na de tweede keizersnede mag met de teef niet meer worden gefokt.
20. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan met 8 weken.
21. De dierenarts controleert de pups voor ze worden afgeleverd. Bij aflevering dienen de pups gezond en gechipt te zijn te zijn, alsmede ontwormd en ingeënt volgens de gangbare veterinaire inzichten. Dit moet blijken uit een door de dierenarts volledig ingevuld Europees dierenpaspoort.
22. De fokker dient een dekking schriftelijk te melden bij de pupbemiddeling van het ATVN.
Deze aangifte bestaat uit een kopie van de dekkaart welke is verzonden aan de Raad van Beheer plus een kopie van de HD-uitslag en het DNA-profiel.
23. Het wordt aanbevolen om de aankoop/verkoop van pups schriftelijk vast te leggen in een koopovereenkomst.
24. De bij het ATVN aangesloten fokkers spreken de intentie uit om aan de nieuwe eigenaars van de verkochte pups kenbaar te maken dat zij lid kunnen worden van het ATVN. Zij bieden daarbij aan om de hiermee gepaard gaande kosten gedurende het eerste jaar te vergoeden.
25. Bij het niet naleven van dit fokreglement dient men zich te verantwoorden tegenover het bestuur. Tot sancties kan besloten worden indien de fokker
-Â Â Â Â Â handelt in strijd met dit reglement
-Â Â Â Â Â dingen doet of nalaat die de controle van dit reglement bemoeilijken of onmogelijk maken.
26. Sancties kunnen bestaan uit het stopzetten van de pupbemiddeling, berisping schorsing of ontzetting. Ze kunnen enkel worden opgelegd door de algemene ledenvergadering op voordracht van het bestuur.
Het Rasspecifiek Fokreglement van het ATVN is aangenomen in de algemene ledenvergadering van het ATVN op 10 januari 2010.
 |